Het recht op de legitieme portie

In Nederland heeft iedere ouder de vrijheid om zelf te bepalen wie zijn of haar erfgenamen zijn. Toch is deze vrijheid niet onbeperkt. De wet gaat ervan uit dat een ouder altijd een morele verplichting heeft tegenover zijn kinderen. Daarom kan een kind, ook wanneer het in een testament volledig is onterfd, toch aanspraak maken op een deel van de nalatenschap. Dat noemen we het recht op de legitieme portie.

De legitieme portie vormt een belangrijke bescherming voor kinderen die minder of zelfs niets erven dan zij op grond van het wettelijk erfrecht zouden krijgen. Een ouder kan zijn kind dus onterven, maar dat wil niet zeggen dat het kind geen enkele aanspraak meer heeft op de nalatenschap.

De legitieme portie is het gedeelte van de waarde van het vermogen van de erflater waarop de legitimaris in weerwil van giften en testament aanspraak kan maken. Dat betekent dat voor de berekening van de legitieme portie bepaalde giften bij de nalatenschap worden opgeteld.

Wie heeft recht op de legitieme portie?

Alleen de afstammelingen van de erflater komen in aanmerking voor de legitieme portie. Dat zijn in de eerste plaats de kinderen, waaronder ook erkende en geadopteerde kinderen vallen. Plaatsvervullers (vaak kleinkinderen) hebben in sommige gevallen ook recht, maar alleen wanneer hun ouder (het kind van de overleden legitimaris) op het moment van overlijden van de erflater niet meer leeft of onwaardig is om te erven.

Er treedt geen plaatsvervulling op voor de legitieme portie ten aanzien van personen die de nalatenschap hebben verworpen, of van wie het recht is vervallen.

Wat houdt de legitieme portie in?

De legitieme portie geeft het onterfde kind recht op een geldvordering op de nalatenschap. Het kind krijgt dus geen goederen of rechten uit de nalatenschap, maar uitsluitend een geldbedrag. Dat geldbedrag vormt een percentage van de waarde van het vermogen van de overledene, vermeerderd met in aanmerking te nemen giften en verminderd met bepaalde schulden.

Het recht op de legitieme portie bestaat al heel erg lang. Onder het oude erfrecht mocht de legitimaris (dat is degene die aanspraak maakt op de legitieme portie) nog aan de verdelingstafel zitten. In het huidige erfrecht is deze positie echter afgezwakt tot schuldeiser van de nalatenschap. De legitimaris heeft dan ook geen bemoeienis met de verdeling van de nalatenschap. De legitieme portie geeft een vorderingsrecht in geld op de nalatenschap en dat houdt in dat de legitimaris een schuldeiser van de nalatenschap is.

Legitieme portie en het recht op informatie

Om een berekening van de legitieme portie te kunnen maken is het van essentieel belang de juiste informatie te verkrijgen. Als legitimaris hebt u recht op inzage en afschrift van alle stukken die u nodig heeft om uw legitieme portie te berekenen. Dit geldt ook als u geen erfgenaam bent. De erfgenamen en de executeur dienen desverlangd alle daartoe strekkende inlichtingen te verschaffen. Op welke informatie u recht heeft leest u hier.

Legitieme portie

De legitieme portie berekenen

Voor de berekening van de legitieme portie wordt niet alleen gekeken naar de waarde van de nalatenschap op de dag van overlijden. De wet schrijft voor dat ook bepaalde giften worden meegeteld. Dat voorkomt dat de erflater vlak voor zijn overlijden zijn vermogen wegschenkt en zo de legitimaris probeert te benadelen.

Voordat we kunnen berekenen wat de legitieme portie bedraagt, bepalen we eerst de legitimaire massa. Die bestaat uit:

– De waarde van alle goederen van de nalatenschap;
– Vermeerderd met bepaalde giften die meetellen;
– Verminderd met bepaalde schulden.

Deze legitimaire massa vormt het uitgangspunt. Het bedrag wordt gedeeld door twee. Die helft vormt de gezamenlijke legitieme rechten van alle kinderen samen. Vervolgens wordt dat bedrag gedeeld door het aantal kinderen én de langstlevende echtgenoot, omdat zij gezamenlijk de kring van versterferfgenamen vormen.

Rekenvoorbeeld legitieme portie

Stel: een erflater overlijdt en laat achter zijn echtgenote en twee kinderen: Peter en Lisa. De totale waarde van alle bezittingen bij overlijden bedraagt € 550.000,–. Vijf jaar voor zijn overlijden heeft de vader € 70.000,– aan Lisa geschonken. Deze gift telt mee voor de berekening van de legitieme portie. Verder is er nog een schuld van € 20.000,– die moet worden afgelost.

Stap 1:

Bereken de legitimaire massa:

€ 550.000 (bezittingen) + € 70.000 (gift) – € 20.000,– (schuld) = € 600.000,– (legitimaire massa).

Stap 2:

Deel de legitimaire massa door twee

€ 600.000,– ÷ 2 = € 300.000,–

Dit is de totale legitieme portie voor alle kinderen samen.

Stap 3:

Verdeel dit bedrag over de kring van erfgenamen. Er zijn drie versterferfgenamen: moeder, Peter en Lisa.

€ 300.000,– ÷ 3 = € 100.000,–

Peter, die in dit voorbeeld volledig is onterfd, heeft dus recht op € 100.000,– als legitieme portie. Dat is een vordering op de nalatenschap (of op de langstlevende, als de wettelijke verdeling van toepassing is).

Het versterferfdeel bedraagt in dit voorbeeld € 600.000,– ÷ 3 = € 200.000,– per persoon als wettelijk erfdeel. De legitieme portie is de helft van het wettelijk erfdeel: ½ × € 200.000,– = € 100.000,– per kind.

Legitieme portie en giften

In het bovenstaande werd het al genoemd, bij de berekening van de legitieme portie dienen bepaalde giften in aanmerking te worden genomen. Zo wordt voorkomen dat er niks voor een legitimaris overblijft als een erflater veel van zijn vermogen vóór zijn overlijden weggeeft. Niet alle giften worden echter zomaar meegerekend. De wet noemt verschillende categorieën van giften die wél meetellen, omdat zij de belangen van de legitimaris kunnen schaden.

Giften die wél meetellen:

– Giften die zijn gedaan met het duidelijke doel om legitimarissen te benadelen;
– Giften die herroepbaar waren of door de erflater als “voor inkorting vatbaar” zijn verklaard;
– Giften waarvan het voordeel pas na overlijden wordt genoten, zoals een uitkering uit een levensverzekering;
– Alle schenkingen aan afstammelingen die legitimaris zijn;
– Giften die in de vijf jaar vóór het overlijden zijn gedaan.

Giften die níet meetellen

– Giften die voortkomen uit een morele verplichting, zoals bijdragen in levensonderhoud, voor zover die in overeenstemming waren met het inkomen en vermogen van de erflater;
– Gebruikelijke, niet-bovenmatige giften, zoals verjaardagsgeschenken;

Waardering van een gift

In beginsel wordt een gift gewaardeerd op het moment dat de gift wordt gedaan (en wordt er daardoor geen rekening gehouden met waardevermeerderingen of waardeverminderingen die daarna ontstaan, zoals dat bijvoorbeeld bij een woning of aandelen het geval kan zijn). Er zijn echter enkele uitzonderingen op deze regel:

1. Giften waarvan de erflater het gebruik hield
Als iemand iets weggeeft maar zegt: “Ik blijf het gebruiken totdat ik overlijd”, dan wordt de waarde van de gift bepaald op het moment van overlijden, niet op het moment van weggeven.

2. Giften met voordeel pas na overlijden
Als een gift zo is geregeld dat de ontvanger er pas echt iets aan heeft na het overlijden van de erflater, dan wordt de waarde bepaald direct na het overlijden.

3. Beloofde prestaties die nog niet waren uitgevoerd
Als de erflater nog iets had moeten doen (een prestatie schenken), maar dat niet had gedaan vóór hij overleed, dan telt die gift alleen mee als er genoeg vermogen in de nalatenschap is. Dat geldt ook voor eventuele schulden die daardoor ontstaan zijn.

4. Levensverzekering met begunstigde
Als de “gift” bestaat uit het aanwijzen van iemand als begunstigde van een levensverzekering, dan wordt de waarde bepaald volgens de regels in artikel 7:188 lid 2 en 3 (bijvoorbeeld: de uitkering minus bepaalde kosten).

5. Giften in ruil voor levenslange rechten
Soms geeft iemand een goed weg (bijvoorbeeld een huis), in ruil voor iets dat afhankelijk is van zijn leven, zoals:
• levenslang recht op verzorging;
• levenslang recht op een uitkering;
• levenslang gebruik van iets anders.
In dat geval wordt de gift gewaardeerd als: waarde van het weggegeven goed op het moment van weggeven − waarde van wat de erflater nog kreeg of nog zou krijgen.
Maar: als wat de erflater kreeg bestond uit gebruik van datzelfde goed, dan telt dat niet mee voor aftrek. Dan wordt gewaardeerd naar het moment dat het gebruik stopt.

Legitieme portie en schulden

Ook schulden spelen een belangrijke rol bij het bepalen van de legitimaire massa. Alleen bepaalde soorten schulden worden meegeteld. Het gaat onder meer om:

– Schulden die niet van rechtswege eindigen bij overlijden;
– Redelijke begrafeniskosten;
– Kosten van vereffening van de nalatenschap;
– Schulden die voortkomen uit vruchtgebruik of andere wettelijke rechten;
– Wettelijke uitkeringen, zoals sommen ineens.

Niet elke schuld van de overledene wordt dus in mindering gebracht. De wet maakt een duidelijke selectie.

De legitieme aanspraak: waar heeft een legitimaris uiteindelijk recht op?

Om het nog wat ingewikkelder te maken bepaalt de wet dat de legitieme portie (het berekende bedrag) niet altijd gelijk is aan de legitieme aanspraak, het bedrag dat de legitimaris daadwerkelijk kan vorderen. Om te bepalen waarop de legitimaris daadwerkelijk recht heeft dient namelijk gekeken te worden naar dat wat hij al heeft gekregen of had kunnen krijgen.

Wanneer een legitimaris bijvoorbeeld tijdens het leven van de erflater een gift heeft ontvangen, wordt deze gift in mindering gebracht op zijn legitieme portie. Het maakt daarbij niet uit wanneer deze gift is gedaan. Een uitkering uit een door erflater afgesloten levensverzekering aan legitimaris wordt gelijkgesteld met een gift.

Ook moet worden gekeken naar legaten of erfstellingen die het kind had kunnen krijgen.

Slechts in het geval van een onterfd kind die niets op grond van het testament krijgt en ook nooit eerder een gift heeft ontvangen, is de legitieme portie gelijk aan de legitimaire aanspraak.

Inferieure makingen

Soms zijn er bepalingen (makingen) in het testament opgenomen, waardoor iemand niet direct de vrije beschikking over geld of goederen verkrijgt, maar deze verkrijging wordt gekoppeld aan een voorwaarde, last, bewind of specifieke verplichting. In dit soort situaties kan sprake zijn van een zogeheten “inferieure making’.

Voorbeeld
Stel: een erflaatster laat haar erfgenamen een huis na, maar met de volgende voorwaarden:
1. Onder voorwaarde:
“Mijn kleinzoon mag het huis pas gebruiken als hij 25 jaar is.”
→ Het huis is nagelaten, maar hij krijgt er pas echt iets onder deze voorwaarde.
2. Onder last:
“Mijn kleindochter erft mijn kunstcollectie, maar ze moet alle schilderijen elk jaar tentoonstellen in het lokale museum.”
→ Ze erft iets, maar daar hangt een verplichting aan.
3. Onder bewind:
“Mijn zoon erft mijn aandelen, maar de bank beheert deze totdat hij getrouwd is.”
→ Hij is erfgenaam, maar mag er nog niet vrij over beschikken.
4. Legaat dat niet gewoon geld of spullen is:
“Mijn neef moet elk jaar € 500,– schenken aan een goed doel van mijn keuze.”
→ Dit is een verplichting die voortkomt uit een legaat, geen directe overdracht van geld of goederen uit de nalatenschap.

Wanneer een legitimaris een ‘inferieure’ making aanvaardt, wordt de waarde daarvan in mindering gebracht op zijn legitieme portie.

Als de legitimaris deze inferieure making niet wil aanvaarden, moet hij de nalatenschap verwerpen. Wil hij toch zijn legitieme portie kunnen opeisen, dan moet hij bij de verwerping verklaren dat hij aanspraak maakt op de legitieme portie zonder vermindering (“contantenverklaring”). Deze verklaring kan alleen binnen drie maanden na het overlijden worden afgelegd. De Kantonrechter kan deze termijn verlengen, maar een dergelijk verzoek kan ook worden afgewezen.

Uitzonderingen
In twee situaties bepaalt de wet dat een making weliswaar als ‘inferieur’ is vormgegeven, maar dat dit inferieure karakter wordt opgeheven:

1. Legaat in termijnen ter bescherming van een bedrijf of beroep

Wanneer een legaat aan de legitimaris in termijnen wordt uitgekeerd om de continuïteit van het bedrijf of beroep van de erflater te beschermen, geldt dit niet als een inferieure making. Zonder een termijnbetalingsregeling zou de voortzetting van het bedrijf namelijk ernstig worden bemoeilijkt.

Is de legitimaris het niet eens met betaling in termijnen, dan kan hij binnen drie maanden na overlijden verklaren dat hij de contante waarde ineens wil ontvangen. De bedrijfsopvolger moet vervolgens aantonen dat betaling ineens de voortzetting van het bedrijf van erflater in gevaar brengt. Ook voor deze termijn geldt dat de Kantonrechter verlenging kan toestaan. Na afloop van de termijn worden de mogelijkheden om betaling ineens te verlangen aanzienlijk beperkter.

2. Testamentair bewind

Het tweede geval betreft een testamentair bewind dat is ingesteld omdat de legitimaris ongeschikt of onmachtig is om het verkregene zelf te beheren, of omdat de goederen anders hoofdzakelijk bij diens schuldeisers terecht zouden komen. Dit criterium is vervuld zowel wanneer de legitimaris zelf niet in staat is het beheer te voeren, als wanneer hij niet in staat is dit beheer op een geschikte derde over te dragen. De beoordeling vindt plaats naar het tijdstip van overlijden van de erflater.

Ook in deze situatie kan de legitimaris de grond voor het bewind betwisten.

Wees voorzichtig! Een foutje is zo gemaakt

In het bovenstaande komt het verwerpen van een inferieure making aan bod. Hier geldt niet enkel een korte termijn, maar zelfs überhaupt het verwerpen van een erfstelling of een legaat in combinatie met de legitieme portie vergt voorzichtigheid.

In de eerste plaats geldt namelijk dat de legitimaris die de nalatenschap verwerpt en bij het afleggen van de verwerpingsverklaring niet ook verklaart dat hij zijn legitieme portie wenst te ontvangen, zijn recht op zijn legitieme portie verliest. Maar ook als de legitimaris wel heeft verklaard heeft dat hij zijn legitieme portie wenst te ontvangen, zorgt verwerping er in beginsel niet voor dat de legitimaris onverminderd aanspraak kan maken op de legitieme portie. Alles wat een legitimaris namelijk op grond van een erfstelling of legaat kan verkrijgen, maar door verwerping van de nalatenschap of van het legaat niet verkrijgt, komt in mindering op de legitieme portie. De bovengenoemde inferieure making is een uitzondering. Als met een erfstelling of een legaat iets verkregen kan worden dat ten minste evenveel waard is als de legitieme portie, zou verwerping er dus voor zorgen dat de legitimaris op nul uitkomt.

Erfgenaam en toch een aanvullend beroep op de legitieme portie

Op het eerste gezicht lijkt het misschien niet logisch om te denken aan de legitieme portie wanneer u niet onterfd bent. Een legitieme portie kan evenwel een hogere waarde vertegenwoordigen dan uw erfdeel. Dat komt doordat de legitieme portie niet berekend wordt over het saldo van de nalatenschap, maar zoals in het bovenstaande uitgelegd, over de legitimaire massa. Die legitimaire massa bestaat uit de waarde van de goederen van de nalatenschap, verminderd met bepaalde schulden, en vermeerderd met bepaalde giften die door de erflater gedaan zijn. Die giften kunnen een aanvullend beroep op de legitieme portie voor een niet onterfd kind interessant maken. Houd er wel rekening mee dat het moet gaan om een aanvullend beroep op de legitieme portie en niet om een regulier beroep op de legitieme portie. U wilt immers niet dat hetgeen u verkregen heeft uit de nalatenschap weer in mindering wordt gebracht op uw legitieme portie en u alsnog bedropen uitkomt.

Hoe dan ook is het verstandig om u in voorkomend geval hierover goed te laten adviseren. Als erfrechtadvocaten zijn wij u daarmee natuurlijk graag van dienst.

De legitieme portie opeisen

Het recht op de legitieme portie is een wilsrecht. Het kind moet daadwerkelijk een beroep doen op dit recht. Wordt dat beroep op de legitieme portie niet gedaan, dan vervalt het na verloop van tijd.

De hoofdregel is dat de aanspraak op de legitieme portie binnen vijf jaar na het overlijden moet worden ingediend. Dit is een hele belangrijke termijn, want als je niet op tijd bent dan vervalt het recht volledig. Erfgenamen mogen deze termijn verkorten door de legitimaris een duidelijke en redelijke termijn te stellen.

Als de wettelijke verdeling van toepassing is, dan heeft de legitimaris een vordering op de langstlevende echtgenoot. Als de wettelijke verdeling níet van toepassing is, richt de vordering zich op de gezamenlijke erfgenamen. De vordering uit hoofde van de legitieme portie gaat vóór op legaatvorderingen.

Het kan voorkomen dat de nalatenschap onvoldoende vermogen bevat om de volledige vordering van de legitimaris volledig te voldoen. Erfgenamen zijn dan niet verplicht het ontbrekende deel aan te vullen. Overstijgt de legitieme vordering de waarde van de nalatenschap, dan kan de legitimaris proberen het restant te verhalen door inkorting van giften die door erflater zijn gedaan. De begiftigden zullen in dat geval moeten worden aangesproken.

Opeisbaarheid legitieme portie na zes maanden, tenzij

De vordering van de legitimaris is in beginsel pas opeisbaar zes maanden na het overlijden van de erflater. In bepaalde situaties blijft opeisbaarheid echter ook na deze termijn uit. Dit doet zich voor in de volgende gevallen:

1. Toepassing van de wettelijke verdeling

Als de wettelijke verdeling geldt, is de vordering van de legitimaris pas opeisbaar na het overlijden van de echtgenoot van de erflater. Daarnaast wordt de vordering opeisbaar wanneer deze echtgenoot failliet gaat of wanneer de wettelijke schuldsaneringsregeling op deze echtgenoot van toepassing wordt.

2. Vruchtgebruik op goederen van de nalatenschap

Zolang op de nalatenschapsgoederen een wettelijk vruchtgebruikrecht rust (dit is een van de andere wettelijke rechten), blijft de vordering uit de legitieme portie niet opeisbaar. De opeisbaarheid treedt pas in wanneer het vruchtgebruik eindigt.

3. Testamentaire niet-opeisbaarheidsclausule

Erflater kan in bepaalde situaties rechtsgeldig in zijn testament bepalen dat de legitieme vordering later opeisbaar wordt dan na de gebruikelijke zes maanden. De vordering wordt dan opeisbaar op het moment dat in het testament is vastgelegd. Erflater kan ook regelen dat de vordering eerder opeisbaar is, of juist pas na het overlijden van zijn echtgenoot of levensgezel met wie hij samenwoonde en voor wie een notariële samenlevingsovereenkomst is opgemaakt.

Legitieme portie en inkorting van makingen en giften

De vordering van een legitimaris vormt een schuld van de nalatenschap. Dit betekent dat deze vordering voorrang heeft op erfstellingen en legaten: eerst moet de legitieme portie worden voldaan, voordat erfgenamen of legatarissen iets kunnen ontvangen. Wanneer de nalatenschap niet voldoende vermogen bevat om de legitieme vordering te voldoen, moet inkorting op giften plaatsvinden. Daarbij geldt een wettelijke volgorde.

Inkorting op erfstellingen en legaten

Wanneer de plaatsvervullers van een onterfde legitimaris erven, wordt eerst ingekort op hun erfdeel.
Andere erfstellingen en legaten worden vervolgens evenredig ingekort, tenzij het testament van erflater een andere regeling bevat.

Een making ter voldoening aan een zogeheten natuurlijke verbintenis wordt pas na andere makingen ingekort.

Omdat de legitimaris kan worden beschouwd als een schuldeiser van de nalatenschap met een hogere rang dan een legataris, moeten erfgenamen zorgdragen voor een evenredige inkorting van legaten. In dit kader is nog van belang dat een gift of een andere schenking, voor zover deze de strekking heeft dat die pas na overlijden van de schenker wordt uitgevoerd, en zij niet reeds tijdens het leven is uitgevoerd (een zogenaamde ‘schenking terzake des doods’), wordt aangemerkt als een legaat die ten laste komt van de gezamenlijke erfgenamen. We noemen dit het quasi-legaat.

Inkorting op giften

Naast inkorting op makingen kan ook inkorting op in aanmerking komende giften plaatsvinden. Daarbij geldt het principe dat de laatst gedane gift als eerste wordt ingekort (de zogenoemde aflopende volgorde).

Een belangrijke uitzondering betreft de uitkering uit een levensverzekering: deze wordt juridisch gezien als een gift die wordt gedaan op het moment van overlijden van erflater en komt dus als eerste voor inkorting in aanmerking.

De inkorting op giften wordt uitgevoerd door middel van het afleggen van een inkortingsverklaring aan de betreffende begiftigde.

Slotopmerking

De wetgeving rondom de legitieme portie is uitgebreid en technisch. Door schenkingen, schulden, testamentaire bepalingen en verschillende termijnen kan de berekening van de legitieme portie in de praktijk behoorlijk ingewikkeld worden. Daarom is het verstandig om tijdig advies in te winnen. Wij denken graag met u mee.

Wij helpen u graag verder: neem contact op voor een persoonlijk adviesgesprek


    U kunt op diverse manieren met ons in contact komen. U kunt het formulier invullen, zodat wij u kunnen benaderen.
    Ook kunt u ons bellen via telefoonnummer 035 220 3096, of contact opnemen via e-mail info@groothoff-knechtadvocaten.nl.

    Voornaam (verplicht)

    Achternaam (verplicht)

    Uw email (verplicht)

    Uw telefoonnummer (verplicht)

    Uw bericht


    Ik ga akkoord met de verwerking van mijn gegevens en het privacy statement van Groothoff & Knecht Advocaten B.V., zodat ik goed geholpen kan worden. Ik kan altijd aan Groothoff & Knecht Advocaten B.V. vragen of ze mijn gegevens willen verwijderen.

    Wij zijn aangesloten bij:

    logo-orde